De Stichting Nederlands Museum voor Anthropologie en Praehistorie is opgericht op 14 juni 1939. Zij is gevestigd te Amsterdam.
Krachtens artikel 2 van haar statuten is het doel van de stichting: Het bevorderen van de studie in de Anthropologie en Praehistorie in de ruimste zin des woords.
Bestuur in 2009
Prof. Dr. G.J.R. Maat, voorzitter
Mw. Dr. W.H. Metz*, secretaris
E.F.G. Jacobi, penningmeester
Drs. E.P. Bult*
Ir. N.G. Ketting
Prof. Dr. H.R. Reinders
* Lid van de kascommissie 2009.
Van de collecties zijn bruiklenen tentoongesteld dan wel in gebruik in het
Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam te Amsterdam
Veluws Museum 'Nairac' te Barneveld
Westfries Museum te Hoorn
Universiteitsbibliotheek Leiden.
BESTUURSVERSLAG
Bestuur
In 2009 zijn voor de functies van voorzitter en penningmeester een vacature ontstaan. Prof. Dr. G.J.R. Maat is bereid gevonden het voorzitterschap te vervullen, terwijl de heer E.F.G. Jacobi per 1 juli 2009 als penningmeester tot het bestuur is toegetreden. Het bestuur stelt er prijs op de oud-voorzitter Mw. Prof. Dr. W. Groenman-van Waateringe en de oud-penningmeester Mr. L.J. Lewin te danken voor hun jarenlange inzet en inbreng ten behoeve van het werk van onze stichting.
In haar vergadering van 6 oktober 2009 heeft het bestuur besloten dat er een reglement zal worden opgesteld, waarin de zittingsduur van enig bestuurslid zal worden bepaald op 4 jaar met de mogelijkheid om nog voor 2 termijnen van ieder 4 jaar aan te blijven. De inmiddels in concept opgestelde regeling gaat voorbij aan de historische zittingsduur van ieder bestuurslid.
Eveneens is op 6 oktober 2009 door het bestuur besloten om het mogelijk te maken de reis- en secretariaatskosten van de bestuursleden voor vergoeding door de Stichting in aanmerking te laten komen. Hiertoe is inmiddels een conceptreglement opgesteld waarin de vergoeding van reiskosten wordt beperkt tot treinkosten 1e klas of autokosten binnen de fiscale vrijstelling, thans € 0,19 per kilometer.
Kroonvoordracht
Op 27 maart 2009 is in het gebouw van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam de 31e Kroonvoordracht door de heer Prof. B. Wood gehouden. Prof. Wood is verbonden aan The George Washington University te Washington DC als University Professor of Humin Origins van het Department of Anthropology.
Toegekende subsidies.
In haar vergaderingen van 2 april en 6 oktober zijn in 2009 in totaal 19 subsidieverzoeken beoordeeld. Hiervan werden er 5 direct afgewezen en is 1 verzoek in afwachting van nadere gegevens aangehouden. Toegekend zijn de volgende bijdragen:
- Dr. Wijnand van der Sanden, Provinciaal archeoloog Drents Plateau, heeft samen met H.M. Luning onderzoek gedaan voor een chronologische publicatie over executieplaatsen in Drenthe. Voor het realiseren van deze uitgave is een bedrag van € 3.000,= toegekend.
- Prof. Dr. F.C.W.J. Theuws, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, heeft een bijdrage gevraagd voor het in langdurig bruikleen verwerven, restaureren en tentoonstellen van 2 gipsen afgietsels van de beroemde middeleeuwse deuren van de kerk Sankt Maria im Kapitol te Keulen. Voor de realisatie van dit project is een bedrag van € 3.500,= toegekend.
- Drs. R.S. Hulst en Dr. A.D. Verlinde hebben vanaf 2003 gewerkt aan een publicatie over urnenvelden op de Veluwe. Als aanvulling op een eerder verstrekte subsidie werd voor aanvullend tekenwerk een bijdrage van € 600,= toegekend.
- Prof. Dr. R.T.J. Cappers, verbonden aan het Groningen Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft een bijdrage gevraagd voor het tot stand brengen van het laatste deel van een digitale plantenatlas van economische gewassen in de archeologie. Hiervoor is een bedrag van € 5.000,= toegekend.
- Prof. Dr. W. Roebroeks, verbonden aan de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden, heeft samen met de directie van Naturalis een aantal lezingen over de bewaard gebleven schedel van een mensachtige uit Dmanisi, Georgië, voorbereid. Als bijdrage in de reiskosten van de sprekers is hem een bedrag van € 2.500,= toegekend.
- De door Drs. T.A. Spitzers aangevraagde bijdrage voor de druk van zijn proefschrift "Die Konstanzer Paternosterleisten" van € 1.441,= is hem toegekend.
- Prof. Dr. F. Theuws, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, is een van de organisatoren van het 60e Internationale Sachsensymposium te Maastricht. Om de eventuele tekorten van dit symposium op de vangen wordt hem een bijdrage van maximaal € 5.000,= toegekend.
- Mw. Dr. S. Voutsaki, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft een bijdrage verzocht voor het gebudgetteerde exploitatietekort van het Archeologie & Theorie Symposium te Groningen. Haar wordt een bijdrage van € 1.000,= toegekend.
- Op het verzoek van Mevrouw Dr. W. Prummel in 2008 voor een bijdrage in de opmaakkosten voor een archeozoölogisch congres is na aanvullende informatie alsnog positief beschikt. Haar is een bedrag van € 2.500,= toegekend.
- Op het verzoek van Drs. B.I. Smit voor een bijdrage van € 1.725,= in de publicatiekosten van zijn proefschrift "Valuable Flints?" is positief beslist.
- De heer R. Kalkers verzocht om een bijdrage van € 350,= voor het eventuele budgettaire tekort wegens de publicatie van de S.O.J.A. bundel 2009. Eenmalig is dit verzoek gehonoreerd.
- Mevrouw I. Devriendt heeft een bijdrage gevraagd voor de publicatie van haar proefschrift "Swifterband Stones". Haar is een bedrag van € 3.379,= toegekend.
- Prof. Dr. E.H.P. Cordfunke heeft een bijdrage in de kosten voor nader onderzoek naar de grafresten van Willem II, Graaf van Holland gevraagd. Hem is een bedrag van € 2.500,= toegekend.
Vervallen subsidies
In 2007 zijn bijdragen toegezegd aan Mevrouw Drs. M. Groot, Drs. J. Mans en de Culturele Historische Kring Raalte. In haar vergadering van 6 oktober 2009 heeft het bestuur besloten dat de projecten, waarvoor subsidies zijn toegekend, redelijkerwijs binnen 2 jaar moeten zijn afgerond. Daarom is besloten met de aanvragers in overleg te treden. Uit dit overleg bleek dat de bijdragen voor Drs. J. Mans en de Culturele Historische Kring Raalte niet langer noodzakelijk waren, terwijl de bijdrage aan Mevrouw Drs. M. Groot van € 4.696,= gehandhaafd bleef en in het boekjaar 2010 zal worden verantwoord.
Beleggingen
Het totaal van alle kosten van de Stichting worden gedekt door het rendement in de vorm van rente- en dividendontvangsten van de beleggingsportefeuille. Koersmutaties, zowel positieve als negatieve, hebben geen directe invloed op het te besteden budget. Als gevolg van deze richtlijn konden, evenals in 2008, alle aanvragen in 2009 die binnen de doelstelling en regels van de Stichting vallen, worden gehonoreerd.
In 2009 is enig herstel opgetreden van de koersverschillen die in het jaarverslag over 2008 werden verantwoord. Wel hebben de moeilijke omstandigheden van de financiële markten in het afgelopen anderhalf jaar, het bestuur doen besluiten om haar tot nu toe gevoerde beleggingsbeleid te evalueren.
Besloten is de afgesproken rolverdeling tussen onze bankier Insinger de Beaufort en onze Stichting te handhaven. Het beleggingsbeleid zal derhalve onder verantwoordelijkheid van het bestuur worden uitgevoerd, waarbij onze bankier uitsluitend een uitvoerende taak heeft. Daarnaast is besloten de reeds eerder bepaalde beleggingsverdeling, te weten een stabiele mix van staatobligaties en op de beurs van Amsterdam genoteerde aandelen van grote, als betrouwbaar bekend staande instellingen, te handhaven.
Inmiddels is een concept beleggingsstatuut opgesteld, waarin de verhouding tussen obligaties en aandelen wordt vastgelegd op 55% om 45% (een zogenaamde neutrale portefeuilleverdeling), en binnen de aandelenportefeuille een gelijkmatige risicospreiding over 10 verschillende fondsen in 5 verschillende branches wordt vastgelegd. De bandbreedte waarbinnen aanpassingen in de samenstelling van de beleggingsportefeuille zal worden uitgevoerd, is eveneens bepaald.
Na het goedkeuren van het beleggingsstatuut in de eerstvolgende bestuursvergadering in maart 2010 zal geleidelijk de aanpassing van onze huidige portefeuille worden gerealiseerd. Vooruitlopend hierop is in 2009 niet ingetekend op de claimemissie van de ING groep.
Vermogen
Het vermogen van de Stichting bedroeg per 31 december 2009 € 2,3 miljoen tegen een bedrag van € 2,1 miljoen in 2008.
Bestedingsbudget
Voor besteding ter verwezenlijking van het doel van de stichting is elk jaar de opbrengst van het vermogen beschikbaar, na aftrek van de kosten van de stichting. De waardeontwikkeling van de beleggingen als gevolg van koersontwikkelingen blijft daarbij buiten beschouwing. In 2009 is een bedrag van € 97.291,72 beschikbaar gekomen. De bestedingen bedroegen € 40.066,97.
Website
Gebleken is dat de website in een behoefte voorziet. Naast algemene informatie zijn de richtlijnen voor het opstellen van subsidieverzoeken hierin te raadplegen. Het bestuur overweegt het beeldmerk van de website als basis te gebruiken voor het aanpassen van ons briefpapier en bij naamsvermelding.
Algemeen
De belastingdienst beschouwt de Stichting vanaf 1 januari 2008, de datum van ingang van de desbetreffende wettelijke regeling, als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). De Stichting is lid van de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) in Den Haag. Voor het opstellen van het beleggingsstatuut is mede gebruik gemaakt van concepten van de FIN.
Verantwoording
Mevrouw Metz en de heren Bult, Maat en Reinders houden zich beroepshalve bezig of hebben zich in het verleden uit hoofde van hun beroep beziggehouden met onderzoek en onderwijs op het gebied van archeologie en antropologie. Zonder de kennis en ervaring van deze bestuursleden en hun bekendheid met de wereld van hun vakgebieden zou de Stichting haar functie niet kunnen vervullen. Het is onvermijdelijk dat zij van tijd tot tijd wel eens betrokken zijn, direct of indirect, bij subsidieaanvragen die de Stichting ontvangt.
Deze aanvragen beoordeelt het bestuur op dezelfde zakelijk manier en naar dezelfde maatstaven als alle andere aanvragen. De heren Jacobi en Ketting hebben, afgezien van hun bestuurslidmaatschap, geen binding met de werkterreinen van de Stichting. Als onafhankelijke bestuursleden zien zij het mede als hun taak bijzondere aandacht te besteden aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming binnen het bestuur.