De Stichting Nederlands Museum voor Anthropologie en Praehistorie is opgericht op 14 juni 1939. Zij is gevestigd te Amsterdam.
Krachtens artikel 2 van haar statuten is het doel van de stichting: Het bevorderen van de studie in de Anthropologie en Praehistorie in de ruimste zin des woords.
Bestuur in 2010
Prof. Dr. G.J.R. Maat, voorzitter
Mw. Dr. W.H. Metz*, secretaris
E.F.G. Jacobi, penningmeester
Drs. E.P. Bult*
Ir. N.G. Ketting
Prof. Dr. H.R. Reinders
* Lid van de kascommissie 2010.
Van de collecties zijn bruiklenen tentoongesteld dan wel in gebruik in het
Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam te Amsterdam
Veluws Museum 'Nairac' te Barneveld
Westfries Museum te Hoorn
Universiteitsbibliotheek Leiden.
BESTUURSVERSLAG
Bestuur
In 2010 hebben zich geen mutaties voorgedaan in de samenstelling van het bestuur. In overeenstemming met het vastgestelde rooster van aftreden zullen Mevrouw Dr. W.H. Metz en Prof. Dr. G.J.R. Maat hun functie per 1 juli 2011 ter beschikking stellen; beiden zijn herbenoembaar.
De bestuursleden genieten geen honorering. Secretariaatskosten en reiskosten kunnen gedeclareerd worden, waarvan beperkt gebruik wordt gemaakt.
Kroonvoordracht
Op 26 maart 2010 is in het gebouw van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam de 32e Kroon-Voordracht door de heer Prof. Wil Roebroeks, verbonden aan de archeologische faculteit van de Universiteit van Leiden, gehouden. De Voordracht had als titel "The Neandertal Experiment" en werd door een 200-tal belangstellenden bijgewoond.
Toegekende subsidies.
In haar vergaderingen van 9 maart en 5 oktober zijn in 2010 in totaal 31 subsidieverzoeken beoordeeld (19 in 2009). Hiervan werden er 9 direct afgewezen (5 in 2009) en zijn 2 verzoeken (1 in 2009) in afwachting van nadere gegevens aangehouden. E้n verzoek werd na ontvangst van nadere informatie alsnog goedgekeurd.
Toegekend zijn de volgende bijdragen: - Mevrouw Julie Van Kerckhove, aardewerkspecialist AVCU-HBS vroeg een bijdrage van 3.480,= voor het onderzoeken van pottenbakkersovens uit de Romeinse tijd te Heerlen. Dit bedrag werd haar toegezegd. - De door Dr. J.A.W. Nicolay/RuG aangevraagde bijdrage van 5.000,= voor micromorfologisch onderzoek van 12 monsters uit de dorpsterp van Achlum werd na het ontvangen van nadere informatie goedgekeurd. - Dr. Leo Verhart RMO en Limburgs Museum verzocht een bijdrage van 3.000,= voor het opzetten van een digitale archeologische kroniek van Limburg. Een bijdrage van 2.000,= werd toegekend. - Mevrouw Dr. A.L. Brindley/RuG verzocht om een bijdrage van 5.000,= voor tekenwerk van potten uit hunebed D14 bij Eext. E้nmalig is dit bedrag goedgekeurd. - Mevrouw Dr. E.M. Theunissen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verzocht een bijdrage van 5.000,= voor het ontsluiten van het prehistorische grafveld op de Boshoverheide bij Weert. Op voorwaarde van het doorgaan van dit in het kader van het NWO-programma Odyssee opgezette project, werd het gevraagde bedrag toegezegd. - Dr. S. Soetens van DECARS kreeg een bevestigend antwoord op zijn verzoek voor een bijdrage van 2.000,= voor de publicatie van de "Proceedings of the 1st Symposium on Archaeological Remote Sensing in The Netherlands and Beyond". - Drs. J.N. Lanting/RuG verzocht een bijdrage van 7.000,= voor 14C-dateringen van grafresten uit Oostermeintum uit de Romeinse tijd. Een bedrag van 5.000,= werd goedgekeurd. - Mevrouw Drs. M. Rijkelijkhuizen uit Leiden verzocht een subsidie van 2.750,= voor herkomstbepaling van ivoor, dat gedurende de 17e en 18e eeuw in Amsterdam werd verhandeld. De aanvraag werd gehonoreerd. - Dr. S. Heeren, onderzoeker VU, verzocht een bijdrage van 5.000,= voor de publicatie van de opgraving Tiel-Passewaaij. Dit bedrag is hem toegezegd. - Mevrouw Drs. L. Takken Beijersbergen van Hazenberg Archeologie vroeg een subsidie van 6.250,= aan voor het opstarten van het project "The River valley people: menselijke resten uit het Laat Paleolithicum in Nederland". Een bijdrage van 2.000,= werd toegekend. - H.J. Luth van de gemeente Vlaardingen verzocht een bijdrage van 11.517,= voor het symposium en bijbehorend publicatie over de Vlaardingen Cultuur in het tijdschrift "Westerheem". Een subsidie van 4.000,= werd toegezegd. - Drs. A.E. van der Merwe, LUMC, verzocht een subidie voor de productiekosten van haar proefschrift. De totaal aangevraagde bijdrage van 4.625,= werd haar toegekend. - Dr. A. Boomert/RUL, verzocht om een bijdrage van 2.500,= voor de 3e fase van archeologisch onderzoek bij Argyle op het eiland St. Vincent. Deze aanvraag werd goedgekeurd. - Mevrouw Dr. J.H. Looijenga, Drents Prehistorische Vereniging, deed een subsidieverzoek van 4.000,= voor de publicatie van een Themaboek. Deze bijdrage werd toegezegd. - De Stichting voor Middeleeuwse Archeologie deed een subsidieverzoek van 6.000,= voor een bijdrage gedurende 3 jaar voor de publicatie van een vaktijdschrift voor de archeologie van de Middeleeuwen en de Moderne Tijd. Een eenmalige bijdrage van 2.000,= werd goedgekeurd. - Dr. W.A.B. van der Sanden, Noordlaren, verzocht een bijdrage van 750,= voor voorbereidende werkzaamheden in verband met de publicatie "Lukis & Dryden in Drenthe". De aanvraag werd gehonoreerd.
- Uitgeverij Matrijs uit Utrecht verzocht een bedrage van 11.610,= om het de begrootte tekort voor de boekuitgave gewijd aan "De muntschat van Amby" af te dekken. Een bedrag van 2.000,= werd toegekend. - Sidestone Press uit Leiden vroeg een subsidie van 1.550,= voor de publicatie van een boek over W.J. de Wilde. Een bijdrage van 1.000,= werd goedgekeurd. - Drs. D.A. Gerrets, Utrecht, verzocht een bijdrage van 2.544,= in de publicatiekosten van zijn proefschrift "Op de grens van land en water. Dynamiek van landschap en samenleving in Frisia gedurende de Romeinse tijd en de Volksverhuizingtijd". Dit bedrag werd toegekend. - De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verzocht een subsidie van 13.082,= voor correctiekosten en 14C-dateringen als bijdrage aan een Odysseeproject. Een bedrag van 3.332,= voor de 14C-dateringen werd goedgekeurd. - Prof. Dr. P. Akkermans/RUL verzocht een subsidie van 8.150,= voor onderzoek naar een Laat-Neolithisch grafveld te Tell Sabi Abyad in Syri๋. Een bedrag van 4.000,= werd voor dit doel beschikbaar gesteld. - In 2009 leek een bijdrage van 4.696,= die in 2007 aan Mevrouw Drs. M. Groot werd toegekend, niet langer nodig te zijn. In 2010 bleek echter dat het project toch doorgang had gevonden. Derhalve werd de toegezegde subsidie haar alsnog ter beschikking gesteld.
Vervallen subsidies
Financi๋le toezeggingen gelden slechts voor de duur van 2 jaar na datum van de schriftelijke bevestiging. Mocht het onderzoek dan nog niet zijn uitgevoerd, de bijeenkomst nog niet zijn gehouden of de publicatie nog niet zijn verschenen, dan komt de financi๋le toezegging te vervallen.
In december 2010 heeft Drs. R.S. Hulst de aan hem in 2009 toegekende en uitbetaalde subsidie van 600,= volledig aan de Stichting terugbetaald. De kosten van de uitgifte van het boek waar de subsidie voor was toegekend, bleken volledig door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te worden gedragen.
Beleggingen
Het totaal van alle kosten van de Stichting wordt gedekt door het rendement in de vorm van rente- en dividendontvangsten van de beleggingsportefeuille. Koersmutaties, zowel positieve als negatieve, hebben geen directe invloed op het te besteden budget. Getoetst aan deze richtlijn waren de uitgaven voornamelijk door een groot aantal goedgekeurde aanvragen voor subsidie - in 2010 met een bedrag van 105.824,75 hoger dan het rendement van de beleggingsportefeuille. Daar in 2009 door een relatief gering aantal aanvragen het beschikbare budget maar gedeeltelijk werd besteed, kon het bestuur alle subsidieaanvragen die voldeden aan de criteria, toekennen.
Het in 2009 vastgestelde beleggingsstatuut indiceert een verdeling binnen de beleggingsportefeuille van 45% aandelen (op de beurs van Amsterdam genoteerd, spreiding over ongeveer 10 fondsen in minimaal 5 verschillende branches) en 55% obligaties (uitsluitend Nederlandse staatleningen). Bij een afwijking groter dan 5% doet de penningmeester een voorstel aan het bestuur om weer tot de als "neutraal" omschreven portefeuilleverdeling te komen.
In 2010 zijn enige kleine mutaties in de aandelenportefeuille aangebracht om de branchespreiding te verbreden. De waarde van de aandelen en obligaties in portefeuille bleef gedurende het jaar 2010 binnen de in het beleggingsstatuut gestelde verhouding.
Vermogen
Het vermogen van de Stichting bedroeg per 31 december 2010 circa 2,3 miljoen, evenals in 2009.
Bestedingsbudget
Voor besteding ter verwezenlijking van het doel van de stichting is elk jaar de opbrengst van het vermogen beschikbaar, na aftrek van de kosten van de stichting. De waardeontwikkeling van de beleggingen als gevolg van koersontwikkelingen blijft daarbij buiten beschouwing. In 2010 is een bedrag van 92.703,= beschikbaar gekomen. De totale bestedingen bedroegen 105.824,75.
Website
Gebleken is dat de website in een behoefte voorziet. Naast algemene informatie zijn de richtlijnen voor het opstellen van subsidieverzoeken hierin te raadplegen. In 2010 zijn deze richtlijnen duidelijker verwoord. Vanaf 2011 zal worden gevraagd bij naamsvermelding van onze Stichting het vignet, zoals dat ook op de website wordt getoond, zichtbaar te maken.
Het bestuursverslag 2010 van onze Stichting wordt na goedkeuring door het bestuur- via de website gepubliceerd. In het bestuursverslag zijn de in dat jaar toegekende subsidies gespecificeerd.
Algemeen
De belastingdienst beschouwt de Stichting vanaf 1 januari 2008, de datum van ingang van de desbetreffende wettelijke regeling, als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). De Stichting is lid van de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) in Den Haag. Voor het opstellen van het beleggingsstatuut is mede gebruik gemaakt van concepten van de FIN.
Verantwoording
Mevrouw Metz en de heren Bult, Maat en Reinders houden zich beroepshalve bezig of hebben zich in het verleden uit hoofde van hun beroep beziggehouden met onderzoek en onderwijs op het gebied van archeologie en antropologie. Zonder de kennis en ervaring van deze bestuursleden en hun bekendheid met de wereld van hun vakgebieden zou de Stichting haar functie niet kunnen vervullen. Het is onvermijdelijk dat zij van tijd tot tijd betrokken zijn, direct of indirect, bij subsidieaanvragen die de Stichting ontvangt.
Deze aanvragen beoordeelt het bestuur op dezelfde zakelijk manier en naar dezelfde maatstaven als alle andere aanvragen. De heren Jacobi en Ketting hebben, afgezien van hun bestuurslidmaatschap, geen binding met de werkterreinen van de Stichting. Als "branchevreemde" bestuursleden zien zij het mede als hun taak bijzondere aandacht te besteden aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming binnen het bestuur.
Amsterdam, 22 maart 2011
G.J.R. Maat
Mw W.H. Metz
E.F.G. Jacobi
E.J. Bult
N.G. Ketting
H.R. Reinders